Storytelling, het geheim van sterke presentaties

| Presentatietechnieken, storytelling

storytelling-1.jpg

Je presenteert een projectvoorstel, bespreekt resultaten of legt een technische verandering uit. Hoe maak je duidelijk wat die informatie betekent voor je publiek?

Je wilt een presentatie beginnen met een verhaal. Je hebt een geschikte ervaring in gedachten, maar zodra je begint te vertellen, komen er steeds meer details bij. Wat moet je publiek weten? Wat kun je weglaten? En hoe kom je bij je boodschap?

Een kort praktijkverhaal geeft je presentatie een concrete situatie waarop je kunt voortbouwen. In dit artikel werk je met vier onderdelen: situatie, uitdaging, aanpak en uitkomst. Daarmee maak je van een losse ervaring een verhaal met een duidelijke lijn.

Begin bij de boodschap van je verhaal

Bepaal eerst waarom je het verhaal wilt vertellen. Welke gedachte wil je ermee verduidelijken? Formuleer die voor jezelf in één zin.

Bijvoorbeeld: “Onduidelijke afspraken veroorzaken dubbel werk” of “Een extra vraag kan een verkeerde aanname zichtbaar maken”. Kies daarna een ervaring waarin die boodschap concreet wordt.

Een verhaal hoeft geen uitzonderlijke gebeurtenis te beschrijven. Een misverstand, een klantvraag of een kleine aanpassing in de samenwerking kan voldoende zijn. Het belangrijkste is dat je publiek begrijpt wat er gebeurde en waarom het relevant is.

Een kort verhaal opbouwen in vier stappen

1. Situatie: waar begint je verhaal?

Geef je luisteraars net genoeg informatie om de gebeurtenis te kunnen volgen. Wie was erbij? Wat was de opdracht? Waar speelde het zich af?

Voorbeeld: “Ons team werkte aan een offerte voor een nieuwe klant. Twee collega’s verzamelden de informatie en ik zou het voorstel samenstellen.”

Je hoeft niet de volledige voorgeschiedenis te vertellen. Laat namen, data en achtergrondinformatie weg als ze geen rol spelen in wat volgt.

2. Uitdaging: wat liep anders dan verwacht?

Beschrijf het probleem, de twijfel of de onverwachte gebeurtenis. Wat maakte deze situatie lastig? Wat stond er op het spel?

Voorbeeld: “Een dag voor de deadline bleek dat beide collega’s dezelfde informatie hadden uitgewerkt. Een ander onderdeel ontbrak nog, omdat ieder dacht dat de ander het zou opnemen.”

Maak de uitdaging zichtbaar met concreet gedrag of een gebeurtenis. “De communicatie verliep slecht” is breed. “Beide collega’s werkten hetzelfde onderdeel uit” laat horen wat er gebeurde.

3. Aanpak: wat deed je vervolgens?

Vertel welke keuze jij of je team maakte. Welke actie veranderde het verloop van de situatie?

Voorbeeld: “We legden de ontbrekende onderdelen naast elkaar en verdeelden ze opnieuw. Voor elke taak spraken we één verantwoordelijke en een oplevermoment af.”

Kies de handelingen die nodig zijn om de uitkomst te begrijpen. Je hoeft niet elk overleg of elke tussenstap te beschrijven.

4. Uitkomst: wat veranderde er?

Vertel wat de aanpak opleverde en wat je ervan leerde. De uitkomst hoeft geen groot succes te zijn. Een gedeeltelijke oplossing of een fout waaruit je iets leerde, kan ook relevant zijn.

Voorbeeld: “De offerte ging op tijd de deur uit, maar het laatste deel moest onder tijdsdruk worden nagekeken. Sindsdien sluiten we onze taakverdeling af met één vraag: wie levert precies wat op, en wanneer?”

Blijf bij wat je weet. Gebruik alleen cijfers die je kunt onderbouwen en maak duidelijk wanneer je een fictief of samengesteld voorbeeld vertelt.

Voorbeeld: de vier onderdelen als één verhaal

Onderstaand voorbeeld is fictief.

“Ons team werkte aan een offerte voor een nieuwe klant. Twee collega’s verzamelden de informatie en ik zou het voorstel samenstellen.

Een dag voor de deadline bleek dat ze allebei hetzelfde onderdeel hadden uitgewerkt. Een ander onderdeel ontbrak nog. Ieder dacht dat de ander het zou opnemen.

We verdeelden het resterende werk opnieuw. Dit keer spraken we voor elke taak één verantwoordelijke en een oplevermoment af.

De offerte ging op tijd de deur uit, maar voor een grondige eindcontrole bleef weinig ruimte over. Sindsdien sluiten we elke taakverdeling af met de vraag: wie levert precies wat op, en wanneer?”

Het verhaal beschrijft één gebeurtenis en eindigt met een concrete les. Daarna kun je de verbinding maken met je presentatie: “Daarom wil ik vandaag voorstellen om bij elk project de verantwoordelijkheden expliciet vast te leggen.”

Hoe houd je je verhaal kort?

Vertel je verhaal hardop en let op waar je uitweidt. Controleer vervolgens:

  • Eén gebeurtenis: blijf bij de situatie die je boodschap verduidelijkt.
  • Alleen noodzakelijke achtergrond: behoud details die nodig zijn om de uitdaging te begrijpen.
  • Concrete handelingen: vertel wat iemand zei, besloot of deed.
  • Een duidelijke uitkomst: maak zichtbaar wat veranderde of wat je leerde.
  • Een verbinding met je onderwerp: leg uit waarom je dit verhaal aan dit publiek vertelt.

Er is geen vaste ideale lengte. Stem je verhaal af op de beschikbare tijd en de rol die het in je presentatie speelt. Een korte opening vraagt minder uitwerking dan een praktijkcase die je samen met het publiek bespreekt.

Wat als je verhaal geen mooie afloop heeft?

Je hoeft een ervaring niet mooier te maken om ze te kunnen gebruiken. Je kunt vertellen dat een oplossing onvoldoende werkte, een vraag onbeantwoord bleef of je achteraf anders zou handelen.

Maak dan duidelijk wat je publiek eruit kan meenemen. Bijvoorbeeld: “We losten het probleem die dag niet op. We ontdekten wel dat we elk een andere definitie van ‘dringend’ gebruikten. Daar moesten we eerst afspraken over maken.”

Een enkele ervaring bewijst niet dat een aanpak altijd werkt. Gebruik je verhaal om een situatie te verduidelijken en houd eventuele bredere conclusies apart van wat er in die ene situatie gebeurde.

Oefening: schrijf je eigen praktijkverhaal

Kies een gebeurtenis uit je werk die aansluit bij je volgende presentatie. Vul deze vier zinnen aan:

  1. Situatie: “We waren bezig met …”
  2. Uitdaging: “Toen bleek dat …”
  3. Aanpak: “Daarom besloten we om …”
  4. Uitkomst: “Dat leidde tot … en we leerden dat …”

Voeg daarna één zin toe: “Dit is relevant voor mijn publiek omdat …”

Vertel het verhaal hardop aan iemand die de situatie niet kent. Vraag wat die persoon als belangrijkste boodschap heeft onthouden en welke informatie nog ontbrak. Gebruik die feedback om je verhaal aan te passen.

Van een kort verhaal naar je volledige presentatie

Deze vier stappen helpen je om één ervaring helder te vertellen. Wil je een volledig zakelijk voorstel opbouwen met verhalen, feiten en een concrete beslissing? Lees dan Storytelling voor zakelijke presentaties.

Wil je daarnaast je inhoud, publiek en vertelwijze voorbereiden? Gebruik dan de CAST-techniek voor storytelling.

Oefenen met je eigen verhaal

In de opleiding Storytelling werk je aan een eigen verhaal en oefen je hoe je het brengt, met feedback op je aanpak.

Wil je ook werken aan je presentatieopbouw, stemgebruik, slides of contact met het publiek? Bekijk het volledige aanbod presentatietrainingen.

Ontvang een gratis e-book

Welke onderwerpen spreken je aan?